sterk! psycholoog & coach Plan een kennismaking

Faalangst overwinnen: zo kom je uit de kramp

Je bereidt een presentatie voor en hebt hem al tien keer geoefend. Toch lig je de nacht ervoor wakker. Wat als je blokkeert, wat als ze doorhebben dat je het eigenlijk niet kunt? Of je stelt een klus eindeloos uit, omdat beginnen betekent dat het ook mis kan gaan.

Vrouw staat met open armen op het strand in tegenlicht
Bang om te falen, ook als je het goed kunt? Lees hoe je faalangst herkent, waar het vandaan komt en wat je helpt om uit de kramp te komen.

Faalangst is niet alleen iets van scholieren voor een toets. Veel volwassenen hebben er last van, op hun werk, in een sollicitatie of bij nieuwe uitdagingen. In dit artikel lees je hoe je faalangst herkent, waar het vandaan komt en wat je helpt om het te doorbreken.

Wat is faalangst en hoe herken je het?

Faalangst is de angst om te falen of tekort te schieten in een situatie waarin je beoordeeld wordt, door anderen of door jezelf. Een beetje spanning helpt je te presteren. Bij faalangst is die spanning zo groot dat je juist minder goed presteert, of situaties gaat vermijden.

In je lijf:

  • hartkloppingen, zweten of trillen;
  • een droge mond of buikpijn;
  • blokkeren: je hoofd is ineens leeg.

In je gedachten:

  • “Als dit misgaat, ben ik een mislukking.”
  • “Iedereen gaat zien dat ik het niet kan.”
  • Eindeloos piekeren over wat er mis kan gaan.

In je gedrag:

  • uitstellen, of juist overmatig voorbereiden;
  • situaties vermijden, zoals presenteren of solliciteren;
  • perfectionisme: niets is ooit goed genoeg;
  • succes toeschrijven aan geluk en fouten aan jezelf.

Twee vormen van faalangst

  • Actieve faalangst: de spanning zet je aan tot extra hard werken en voorbereiden. Dat lijkt te werken, maar kost veel energie.
  • Passieve faalangst: de spanning verlamt je. Je stelt uit, vermijdt of geeft het op voordat je begint.

Waar komt faalangst vandaan?

Je waarde hangt af van prestaties

Als je hebt geleerd dat je erbij hoort of goed bent als je presteert, voelt falen niet als een mislukte taak, maar als een bedreiging voor wie je bent.

Hoge eisen van jezelf

Faalangst en perfectionisme gaan vaak samen. De lat ligt zo hoog dat de kans groot is dat je hem niet haalt. En elke keer dat dat gebeurt, bevestigt het de angst.

Een beschermend deel

Het deel van jou dat bang is om te falen, wil je behoeden voor schaamte en afwijzing. Het uitstellen, vermijden of overmatig voorbereiden zijn manieren om je te beschermen. In het delenwerk, bijvoorbeeld in IFS, maar ook vanuit Transactionele Analyse en Zijnsoriëntatie, leer je dat deel kennen en geruststellen, zodat het niet meer het stuur hoeft over te nemen.

Zo overwin je faalangst

1. Kalmeer je lijf eerst

Als je lijf in de alarmstand staat, helpt nadenken weinig. Adem langzaam uit, langer dan je inademt. Voel je voeten op de grond. Zo geef je je zenuwstelsel het signaal dat je veilig bent.

2. Maak het rampscenario concreet

Vraag jezelf: wat is het ergste dat er kan gebeuren? Hoe waarschijnlijk is dat? En als het gebeurt, hoe zou ik ermee omgaan? Vaak blijkt het rampscenario kleiner en beter te hanteren dan het voelde.

3. Verlaag de lat, bewust

Kies voor “goed genoeg” in plaats van perfect. Stel jezelf de vraag: wat is voldoende voor deze situatie? Dat is geen gebrek aan ambitie, maar een manier om weer in beweging te komen.

4. Stop met vermijden, in kleine stappen

Vermijden geeft op korte termijn opluchting, maar maakt de angst op lange termijn groter. Zoek juist in kleine stappen de situaties op die je spannend vindt. Elke keer dat het lukt, leert je brein dat het minder gevaarlijk is dan gedacht.

5. Kijk anders naar fouten

Wat zou je tegen een vriend zeggen die een fout maakt? Fouten horen bij leren. Hoe milder je voor jezelf bent, hoe minder er op het spel lijkt te staan.

Wanneer zoek je professionele hulp?

Coaching kan helpen als:

  • faalangst je al langer tegenhoudt in je werk, studie of carrièrestappen;
  • je steeds uitstelt of vermijdt, en daar zelf last van hebt;
  • je zo hard werkt om fouten te voorkomen dat je uitgeput raakt;
  • je wilt begrijpen waar de angst vandaan komt, zodat hij niet meer bepaalt wat je doet.

Heb je regelmatig paniekaanvallen, of beperkt de angst je dagelijks leven sterk? Bespreek dat dan met je huisarts. Die kan met je kijken of er sprake is van een angststoornis en welke hulp passend is.

Gerelateerd

← Vorig artikel

Grenzen aangeven op werk en privé: zo doe je dat zonder schuldgevoel

Volgend artikel →

Burn-outpreventie voor teams en werkgevers: wat werkt echt?